Waarschuwing: melige post!
Eergisteren ging ik naar Mr. Nobody kijken. Ik ben echt een sucker voor films. En dan nog meer voor films die romantisch zijn met een hoek af. U zou kunnen stellen dat ik niet voor niets een thesis schrijf over Studio Ghibli.
Zoals altijd kon ik mij zeer goed inleven in de hoofdpersonages van de film. Ik heb een zeer groot empathisch aanvoelen, moet u weten. Ik ween tijdens actiefilms, ik ween tijdens het nieuws en af en toe moet ik zelfs een traantje wegpinken bij het zien voorbij sjeezen van een ambulance. Sommige mensen zouden kunnen stellen dat dit een beetje marginaal is, maar ik vind het iets moois.
Dus kon ik mij perfect inleven bij het idee van niet kunnen kiezen. Ik kan namelijk niet eens kiezen wat ik ’s avonds ga eten, laat staan dat ik echt belangrijke dingen kan kiezen. Ik moet zelfs toegeven dat ik echt moeilijke keuzes vaak aan het ‘lot’- of beter gezegd toeval – overlaat. Tijdens de film vroeg ik me ook plots af naar welk moment in mijn leven ik zou terugkeren wanneer dit mogelijk was. En moest dat gaan dan zou ik terug gaan naar 1 oktober 2006.
Voor sommigen gaat er misschien een belletje rinkelen. Inderdaad, op 1 oktober 2006 leerde ik Het Lief kennen. En dat ene moment veranderde zowat heel mijn leven. En dat bedoel ik dan niet eens op een melige, romantische manier. Mijn lief en ik kenden elkaar virtueel. Hij was een lezer van mijn blog en ik deed af en toe moeite om zijn blog te lezen. Waarna ik telkens dacht dat hij toch wel een beetje een zager was. Echt klikken kan je dat dus niet noemen. Nu wou meneer mij eens ontmoeten. Ik had daar niet meteen veel zin in, ware het niet dat ik een eed had afgelegd met mezelf om meer ‘ja’ te zeggen tegen het leven. En dus moest ik ‘ja’ zeggen op zijn vraag om met mij mee te gaan naar de 0110-concerten.
Op die bewuste dag zat ik een boek te lezen terwijl ik wachtte op wat zeker een verschrikkelijke dag ging zijn. Het boek diende als troost en houvast. Moest het echt erg worden, kon ik er altijd op terug vallen en er een gesprek over aanknopen. Ergens wou ik dat hij niet zou komen of toch een serieuze vertraging zou oplopen; het was immers een goed boek. En toen zag ik vanuit de verte een silhouet mijn kant uitwandelen. Ik zuchtte diep en keek op. En inderdaad: daar stond Het Lief Dat Toen Het Lief Nog Niet Was. Ik wist niet goed wat zeggen en flapte er dan maar mijn bekommernis uit over het feit dat de normale uitgang van het Antwerpse station afgesloten was. Mijn letterlijke openingszin was iets à la: ‘De uitgang is dicht!! Hoe moeten wij hier nu weg??!’. Waarop hij op een volledig normale manier antwoordde dat er wel een andere uitgang zou zijn.
En het écht specifieke moment waar ik naar terug wil, is het moment dat hierop volgt. Ik wandel hem na richting roltrap. Daar ga ik braaf achter hem staan. Ik ruik hoe hij ruikt. En op dàt moment werd ik verliefd, toen ik daar op de roltrap stond in Antwerpen Centraal. Het was compleet onverklaarbaar. Het was alles waar ik nooit in had geloofd. En op datzelfde moment kwam er ook een enorme rust over mij. Een rust die ik nog nooit eerder gevoeld had. Ik piekerde me dood over de meest kleine details van het leven en op dàt moment viel dat van me af. Op dat moment voelde ik dat als ik dicht bij hem zou blijven, dat alles dan goed zou komen. Een compleet verklaarbare, fysiologische reactie die toch zo compleet onverklaarbaar en vreemd was.
Daarna kreeg ik het geluk nog aan mijn kant toen de weergoden besloten dat het moest stortregenen. Hij had de kleinste paraplu ter wereld bij en ik kroop er bij onder. En terwijl ik op slechts een centimeter van deze vreemde vandaan stond, nam ik de geur nogmaals op. Ja, alles kwam goed. Nu, meer dan drie jaar later, besnuffel ik hem nog steeds. It’s my thing, I guess.