Maandelijkse archieven: april 2008

I truly wonder: wie gaat er graag naar familiefeesten? Wie oh wie?

Het is al duidelijk dat “Eikebah” een incorrect antwoord is op bovenstaande vraag. Ik heb een hele reeks bezigheden die ik liever doe dan het bijwonen van een familiefeest. Een hele reeks, I says. Letterlijk.

- Een hele dag naar een aquarium boordevol vissen staren.

- Een hele dag naar een aquarium zonder vissen staren.

- Mezelf laten herstylen.

- Karaoke.

- Naar zeven wijvenfilms kijken. Zonder pauze.

- Oogzalf indoen.

- Vissen.

- Kaarten.

- Bingo.

- Het uitvoeren van dingen die ook daadwerkelijk leuk zijn.

You sees: een reeks. Een hele reeks dingen die ik verschrikkelijk vind, maar op de Ladder Der Verschrikkelijkheid toch lager scoren dan het bijwonen van familiefeesten. Natuurlijk is er ook een reeks van handelingen die nog minder leuk zijn dan het bijwonen van een familiefeest.

- Mezelf niet kunnen douchen/wassen/mijn haar niet kunnen wassen.

- Marteling.

- Vliegtuigcrash meemaken/sterven op eender welke andere manier.

Als dit niet àlles zegt over mijn voorliefde voor dergelijke feesten dan weet ik het ook niet. Familiefeesten zijn niet mijn ding. Niet van mijn familie en ook niet van andere families waar ik me al dan niet hoor thuis te voelen. Op familiefeesten kan ik alleen maar angstvallig naar de klok kijken in de hoop dat

a) alles zo snel mogelijk stopt.

b) Een bom zal afgaan waardoor de aandacht van de aanwezigen afgeleid is en ik kan ontstappen. (al dan niet via het raampje van het toilet, nvdr.) (dat zal van de grootte van het desbetreffende raampje afhangen, nvdr.)

What can I say? Ik ben geen familiemensch. Tenzij ik er enkele kilo’s chocolade voor in ruil krijg. Een mens moet soms een kosten/baten-analyse maken, niet waar?

  • Sint-Maarten is België, maar dan op zijn kop! Wowow!

  • Het woord “mest” is toch ook alleen maar uitgevonden om het product verkoopbaar te maken. Be honest, “gezuiverde koeienkak” zou véél minder aanlokkelijk zijn om in je auto te laden dan “gezuiverde koeienmest”.

  • Er kan haast niemand zijn die trouwfeest-eten écht lekker vindt. Nog nooit heb ik iemand horen zeggen dat hij/zij wel eens zin had in een garnalencocktail. Nog nooit heb ik iemand horen zeggen dat hij/zij wel eens zin had in veuls te droog vlees met daarover een sausje dat het vlees er niet eens beter op maakt. Want het is droog. Droog!

  • Als ik ooit trouw en besluit een feest te houden, zal het menu bestaan uit:

o Aperitiefhapjes (namelijk mini-mini-pizzaatjes)

o Bruchetta’s

o Pasta (of slaatje met gemarineerde kippenreepjes en fruit gepaard met stokbrood.)

o Een oneindige buffettafel. ONEINDIG!

  • Als ik dat niet kan krijgen, trouw ik niet.

  • Zonnebrillen dragen in een gebouw is achterlijk. Vooral als de zonnebril even groot is als je hoofd.

Stap 1: Vertrek na een leuke avond naar huis op een mooi uur. Kom om 2 uur ’s nachts thuis en besef dat je zo hard nog niet moe bent dat het onmogelijk is om te slapen. Stuur nog enkele achterstallige mails en probeer te slapen.

Stap 2: Vat de slaap niet. Lig wakker. Verveel jezelf stierlijk. Besef dat weinig slaap je een irritant persoon maakt.

Stap 3: Word na enkele uurtjes slaap wakker om naar de les te vertrekken. Check eerst je mails. Ontdek dat het kot dat superfantastisch was en waar je onmiddellijk zou gaan wonen een 12-maandelijks contract heeft en dat je dat nooit verkocht zal krijgen aan je vader. Bedenk dat dat wellicht één van de weinige koten is die aan je eisen zal voldoen.

Stap 4: Word achtervolgd door koten waar ze gasvuren hebben terwijl je daar eigenlijk een soort irrationele angst voor hebt.

Stap 5: Zorg ervoor dat je een massa’s bad hairday hebt.

Stap 6: Zorg ervoor dat je ook geplaagd wordt door kapotte toiletten. Overal. Altijd. Constant. Ik kan niet naar toiletten gaan als ze kapot zijn. Dat doet pijn. Letterlijk.

Stap 7: Eet een peer, omdat je graag peren eet. Kom tot de conclusie dat de peer vies smaakt.

Stap 8: Bereid jezelf mentaal voor op 382 groepswerken die maar blijven komen en nooit eindigen en waar je zelf té veel werk hebt ingestoken. Hoop overigens dat je geen woede-uitbarstingen zal krijgen op het groepswerk waar je weldra naar moet vertrekken.

Dus er zijn 2 oplossingen: ofwel stopt mijn irrationele angst voor gasvuren (en vuur tout court) plotsklaps ofwel verandert mijn vader zijn visie op geldverspilling plots. *Gaat stilletjes neurotische bewegingen maken in een hoekje*

[Godzijdank heb ik dEUS nog.]

Zaterdag ging ik met Het Lief naar een restaurant. Iets dat wel vaker gebeurt, aangezien ik helemaal zot loop van pizza’s en pasta’s en dan vooral van pizza’s en pasta’s die ik zelf niet gemaakt heb. Dus besloten we naar een Italiaans restaurant te gaan. Nog voor ik het menu bekeek, spurtte ik naar het toilet.

Op datzelfde toilet stond ik plots oog in oog met een zestal kleine kinderen. Een soort communiefeest, zoveel was duidelijk. Dàt of ze liepen gewoon per ongeluk allemaal in feestkledij rond en de tafel met cadeaus stond er ook per ongeluk. You never know. Dus ik keek vriendelijk naar de kleintjes, om te zien wie er nog naar het toilet moest en hoe lang ik mijn blaas nog onder controle moest houden. Het werd al vrij snel duidelijk dat ik de enige was die daadwerkelijk naar het toilet moest en dat de zes kleine meisjes één of andere meisjesbijeenkomst aan het houden waren. Ik grijp naar het handvat van het toilethokje en krijg plots in het oog dat één van de meisjes mij aan het uitlachen is.

Ik draai me om en zie hoe ze met haar geïmproviseerde borsten aan het schudden is en ik hoor hoe ze mij in iets dat een mengeling leek tussen Spaans en Frans een hoer noemt. Sommige woorden zijn vrij universeel, kinders, vergeet dat niet. Ik word razend en wil het kind uitkafferen, maar het meisje is de deur al uitgerend. Omdat ik geen zin heb om drama te maken voor haar ouders laat ik het zitten. Daarom, en ook een beetje uit angst dat haar ouders haar gelijk zouden geven. Dat ook, ja.

Dus zo kwam het dat ik me heb laten uitmaken door een achtjarig kind. Met lelijk haar. Dat laatste is mijn enige troost, dus daardoor het vermelden waard.

‘Ja, laatste keer dat ik dit kleed aandoe’, sprak ik tot Het Lief.

‘Gaat ge u echt laten doen door een klein kind?’, vroeg hij mij.

‘Ja’, antwoordde ik en ik bedekte me met mijn sjaal.

Ik heb meestal een hekel aan blogposts waarin de auteur om iets vraagt. Zo expliciet. Zo zonder doekjes. Zo recht door zee. Nee, ik moet er niet van hebben, van die posts.

Ik heb een hekel aan met iets in mijn hoofd zitten. Als ik met iets in mijn hoofd zit, moét het uitgevoerd worden. Het is een ongeschreven wet.

Ik heb mijn zinnen gezet. Ik wil een kot zoeken voor volgend jaar. Dit jaar zit ik namelijk voor het tweede jaar op mijn gesubsidieerd pedaatje en volgend jaar word ik buitengesmeten. Met veel liefde, natuurlijk, maar in een peda voor 1e en 2e bach kan je niets doen als je naar je 3e jaar gaat.

Dus zoek ik nu een nieuwe woonplaats. Internet weet me veel te vertellen, maar niet alles. Zelf ben ik een te grote wuss om overal te gaan aanbellen. Maar ik moet en zal mijn kot vinden.

En daarom een blogpost waarin ik, als auteur, expliciet iets vraag: Geef mij adressen van koten/studio’s die voldoen aan volgende vereisten:

- Maximumprijs 250 euro per maand (hiervoor wil ik wel al een studio, stiekem, want ik ben gierig en mijn ouders nog gieriger).

- Gelegen in de buurt van de Parkstraat (op max. 1 km van deze straat)

- Rustige omgeving (aangezien ik slaapproblemen heb).

- Hygiënische kotgenoten en kotbaas.

- Kotnetaansluitingsmogelijkheden.

- Werkende verwarming.

- Geen opgeneukte samenhorigheidssfeer. Want ik ben een asociale trunte en als ik niemand wil zien dan wil ik ook niemànd zien en wil ik ook niet samen liedjes zingen bij een kampvuur. Okee?

Dus voor mensen die Eikebah als hun kotgenoot willen en daarna eeuwige faam willen beleven in verzekerst 43736 blogposts: Mailen of reageren. Ik zal u overigens een boeket bloemen kopen/een klein speelgoedwagentje als uw aangeraden adres mijn adres wordt. Dus weet u een aangenaam kot/studio waar een plaatsje vrijkomt: Mailen naar eikebah[at]gmail.com of reageren.

Vanavond avondje alleen op mijn kot, ik smacht ernaar. Ik denk zelfs dat ik vanavond de kaap van 9 uur zal halen; ik heb hoge verwachtingen, I admit.

Want wat is er nu gebeurd? Wel het volgende is gebeurd:

Dinsdag reden Het Lief en ik richting mijn boerengat alwaar mijn huisdokter zijn praktijk heeft. Mijn huisdokter keek naar mijn oog, vertelde dat hij wel héél errug blij was met de genezing van mijn oog en begon me de loef af te steken met zijn eigen oog-verhaal. Zes maanden vooraleer het was genezen, zei hij me. Ik moest me inhouden om hem er niet op te wijzen dat hij een week eerder had gezegd dat het 3 à 4 maanden geduurd had. Maar ik had geen zin om een geneesheer op zijn fouten te wijzen en wou eigenlijk gewoon van de avond genieten en van het feit dat ik niet meer moest uitleggen waarom ik een oogcompres had en hoe dom een mens moet zijn om een prijskaartje in zijn of haar oog te krijgen. Heel dom, is het antwoord. Maar ik was nog dommer toen ik compleet zonder dieptezicht tegen een glazen deur liep. En domst omdat ik het op het internet plaats.

Bon, een heerlijk avondje stond me te wachten. Tot ik na het doktersbezoek in de auto stapte en plots wel heel erg ziek werd. Het komt door die bacteriën die rondzweven bij de dokter, zeg ik u! Slikken, lachen, mijn hoofd draaien, niet-misselijk-zijn,… Het lukte me allemaal niet meer. Dus lag ik een halfuur later in mijn bed, ziek te wezen. Uren later lag ik in het midden van de nacht ziek te wezen. Niet slapen tijdens een ziekte is niet okee, to say the least.

Gisterenavond belde ik in alle hysterie Het Lief nog eens, want af en toe mag ik wel eens echt kinderlijk doen. Dat ik niet meer kon rechtstaan van de pijn en dat die simpele keelsprays niet werken en dat ik zoveel hoofdpijn had door mijn nekspieren, maar dat ik niet wéér naar de kinesist of soortgenoot wou. Ondertussen bleek dan ook nog eens dat mijn huid de strijd met allerlei zaken had gestaakt en dat ik in een oogwenk heel mijn rechterbeen had opengekrabd en goed op weg was met mijn linkerbeen hetzelfde lot toe te delen. Dus vanaf 7 uur lag ik gisteren op mijn bed naar het plafond te staren.

Maar vandaag, vandaag gaat het zo goed dat ik 9 uur zal halen! Ik voel het! En in mijn 2 uur extra zal ik alle rondslingerende verpakkingen van pijnstillers zoeken en wegsmijten. Nuttige bezigheden, ik héb ze.

Donderdag 3 april. Ik bereid mezelf mentaal voor op een gesprek, een filmreview en een reis richting Berlijn. Ik vind er niets beter op dan mezelf voor te bereiden door kleedjes te passen. Niet beseffende dat ik afsteven op een ware ramp.

TUMDUMDUM!

[10 minutes from disaster] Ik heb zowat 7 kleedjes over mijn arm gedrapeerd. Ik wandel richting pashokje. Ik hang de kleren mooi aan de kapstokjes en ben ga hopeloos op zoek naar iets om mijn eigen kleding op te leggen. Ik leg deze uiteindelijk op de grond, wegens gebrek aan plaats. Ik haal het eerste kleedje van zijn hanger en de pas-rally kan beginnen.

[1 minute from disaster] Ik neem mijn favoriete kleedje. Dit zal mijn volgende aankoop worden, ik voel het al nog voor het ding rond mijn lijf heb gewikkeld. Ik steek mijn armen door de armopeningen en wil het kleedje over mijn hoofd trekken. Mijn oog merkt iets op. Het prijskaartje hangt verkeerd. Ik begin een beetje met het kleed te schudden met mijn armen nog steeds in de daarvoor bedoelde gaten.

[10 seconds from disaster] Ik begin heviger te schudden, want het prijskaartje wil maar niet in het kleed verdwijnen. Ik besluit dat ik misschien naar de andere kant moet zwieren.

[1 second from disaster] Ik zie het prijskaartje op me afkomen. Het bestaat uit zeer hard karton en heeft 4 scherpe hoeken. Ik zie één van die vier hoeken recht op mijn linkeroog afkomen. Mijn hersenen geven het signaal om het oog te sluiten ter bescherming.

[DISASTER] Het hersensignaal bereikt niet tijdig mijn oog. De scherpe hoek zit in mijn oog. PIJN. Véél pijn. Ik begin onmiddellijk te flippen en als een gekkin door mijn oog te wrijven. En te wrijven. En nog wat meer te wrijven. Mijn oog wordt een heuse waterval en mijn lichaam heeft duidelijk niet door wat er aan de hand is. Mijn neus begint de lopen en mijn hele gezicht loopt rood aan, zoals bij een hysterische huilbui. Mijn rechteroog kijkt verdwaasd in de spiegel naar hoe ik mijn linkeroog amper open kan houden en hoe de tranen eruit blijven lopen.

[10 minutes after disaster] De winkeldame klopt aan bij mijn pashokje. Of alles goed gaat. Ik denk dat zij denkt dat ik steel. Ik laat mijn kop zien, kwestie van vertrouwen te schenken. Ze kijkt me raar aan. Ik steek mijn hoofd terug in het hokje en zie dat ik er een beetje uitzie als een vrouw die net een nervous breakdown heeft gehad in het pashokje. Alles ging nochtans met de maatjes, hoor, mevrouw.

[20 minutes after disaster] Ik biecht de vrouw op dat ik het prijskaartje in mijn oog heb gehad. Pijn dat dat doet, ja, mevrouw. Maar het gaat wel. Het kleedje in kwestie moet ik niet hebben, want het was spuuglelijk. Ik koop uit dikke miserie een ander kleedje, want ik wil mijn oog niet voor niets verwond hebben. Mijn ogen zijn heilig, weet ik. Ik hou alles zo ver mogelijk uit de buurt van mijn ogen en zij zijn de main reason waarom ik geen make-up draag. Dingen moeten ver weg van mijn ogen blijven. VER WEG.

Of alles gaat? Ja, hoor. Alles gaat, zeg ik. Ik verga van de pijn. Ik zie niet meer scherp. Ik zet me op de trein richting gesprek bij F. Tijdens het gesprek kan ik me niet concentreren op de vragen van de twee vrouwen voor mij. Nee, mijn oog doet te veel pijn en de mevrouw die schuin tegenover me zit, zie ik amper. Alles is goed, overtuig ik mezelf. Het was een stom prijskaartje en mijn oog overleeft het wel.

[8 hours after disaster] “Het is te laat”, zegt de dokter. Dat mijn oog beschadigd is. Dat het pijn doet en dat hij het weet. Zalf, pijnstillers/ontstekingsremmers en oogcompressen. De vliegtuigramp liet op zich wachten.

Ik heb er de laatste tijd een sport van gemaakt om naar National Geographic te kijken. Fantastisch vind ik dat. Ik voel mezelf ganz pseudo-intellectueel als ik ernaar kijk en daarna kan ik de opgedane kennis integreren in pseudo-intellectuele gesprekken. Met mezelf. Of de kennis forceren in alledaagse gesprekken met willekeurige slachtoffers. Zo stak ik gisteren aan de telefoon nog van wal met een uitleg over de verschillende manieren waarop terreur bestreden kan worden op vliegtuigen. Ja, ik heb pseudo-intellectuele telefoongesprekken met mijn Lief.

Maar ondertussen kom ik tot de conclusie dat ik misschien net iets té veel naar NG heb gekeken. Of om het anders te zeggen: Ik heb net dat beetje teveel vliegtuigen zien neerstorten. Ik analyseer wat allemaal kan gebeuren: fout van de piloot, terreur, foute reparatie, fout in de fabriek, kind in de cockpit,… Ik analyseer de verschillende plaatsen waarop het vliegtuig kan neerstorten: In een drukke levenswijk, in de bergen, op het platteland, naast de landingsbaan,… Ik analyseer de overlevingskansen van een crash: klein, miniem, onbestaand,… Ik analyseer te veel.

Zo komt het dus dat ik overmorgen met knikkende knieën het vliegtuig zal instappen. Zo komt het dus dat mijn rationele ‘vliegtuigen behoren tot de veiligste voertuigen ter wereld’ is omgeslagen in een slecht voorgevoel. Zo komt het dus dat ik enkele van mijn beste vrienden al op de hoogte heb gebracht van mijn toekomstig overlijden. Zo komt het dus dat ik elke avond tegen mezelf zeg dat het nu echt genoeg is geweest met die neerstortende voorwerpen, maar dat ik er enkele uren later toch naar zit te staren. En te analyseren.