Maandelijkse archieven: mei 2008

Soms wou ik toch dat ik vroeger meer moeite gedaan had om bevriend te geraken met mensen uit mijn eigen boerengehucht.

Dan kon ik nu zo door de weiden trekken, richting soulmate. Kon ik onderweg een boeket boterbloemen plukken en al huppelend door steegjes springen. Kon ik eens daar aangekomen door een raam klimmen, want zo atletisch ben ik natuurlijk wel. Bovendien zou de soulmate mijn onderbroek als kind toch al 7293 keer gezien hebben en zou ik dus gerust mét één van mijn honderdvierentwintig rokken naar boven kunnen klauteren. Of om het mezelf makkelijker te maken: Door het raam op het gelijkvloers.

Had ik vroeger maar meer moeite gedaan. Had ik vroeger maar meer flippo’s uitgedeeld in plaats van ze allemaal zelf te willen. Had ik vroeger maar geen dramarama gemaakt over die ene flippo die mij ontvreemd werd. Had ik maar met Pokémonkaarten gesmeten. Had ik maar een hobby gehad die ik langer dan een week uitoefende.

En woonden er hier maar niet oneindig veel schralerds, dat ook.

Ik heb op woensdag 21 mei 2008 zowat al mijn principes overboord gesmeten. Hups, weg. De verveling was te groot, de peer pressure aanwezig en de goesting om mijn principes met het badwater weg te smijten was er ook.

En toen.

Toen.

Toen registreerde ik me op Facebook. De site waar mensen die je van toeten noch blazen kent plots je beste vrienden blijken. De site waarop onbekende mensen u opkopen als hun huisdier en je uw Lief dan maar blijft lastigvallen met de vraag om u terug te kopen. De site die ik op voorhand uit de grond van mijn hart veroordeelde, maar waar ik nu dagelijks mensen zit te stalken op hun ‘walls’ en spelletjes zit te spelen in plaats van te leren.

Ik ben een échte ik.

Ik heb in ieder geval al een hele hoop geleerd door Facebook. Ik kan perfect de ene strike na de andere gooien. Ik heb tevens ontdekt dat ik een loving persoonlijkheid heb volgens test X, maar de test van Dr Phil zegt dan weer dat ik ijdel en self-centered ben. En ook een beetje heel erg ‘handle with care’. Het is maar dat u het weet. ‘Eikebah fanpagina op Facebook’, hier komt mijn egocentrische persoonlijkheid!*

*Note the sarcasm.

Ik, ik slaap niet. ’s Nachts begeef ik me naar mijn bed, leg ik me neer en daar blijft het bij. Ik lig daar te liggen. Mijn hoofd zit vol, ik moet àlles nog verwerken. Elke nacht. Ik leg me neer en lig. En dat voor minstens een half uur (op een goede dag) tot maximaal héél de nacht door (op een slechte dag).

Duizenden adviezen heb ik al opgezocht. Ik draag oordopjes. Ik heb weet van ramen die opengezet moeten worden. Ik heb al gelezen dat je je computer gerust moet laten, geen televisie mag kijken en dat je ook best niet meer leest. “Je moet een bepaald moment op je dag vrijmaken waarop je je gedachten de vrije loop kan laten, dan moet je er ’s nachts niet meer een denken” is ook een vaak voorkomende raad. En tellen. Als je niet kan slapen moet je oldskool wise schaapjes tellen. Maar dan zonder de schaapjes, wat het een pak volwassener én saaier maakt.

Ik, ik kan dat allemaal niet. Na zestig schaapjes heb ik het wel gehad en vraag ik me af waar de boze wolf vertoeft. Ik heb dàgelijks meerdere momenten waarop ik stevig kan nadenken, ik heb oordopjes, ik heb weet van 38292 adviezen. Het enige wat ik niet heb is de mogelijkheid om als een blok in slaap te vallen. Bed. Blok. Slaap. Dàt zou ik graag hebben. Nu is het eerder: bed, twijg, overvloed aan existentiële vragen. Peace of mind kan je niet kopen. En hoe vaak ik ook naar Ingeborg kijk, mijn innerlijke rust lijkt onvindbaar.

Maar als ik vrijdagavond mijn televisie afstem op National Geographic, leg ik mijn hoofd op zijn borstkas. Dan voel ik dat mijn oogleden na enkele uren de strijd opgeven. Ik voel ze dichtglijden. Zijn warmte schommelt me in slaap. Ik wéét wat er gaat gebeuren en ik geef toe. Ik geef toe aan de herwonnen kalmte in mijn hoofd. In zijn armen, dicht bij Hem.

En dan, dan slààp ik.

Ik kan écht geilen op mijn muzieksmaak.

Echt.

En dan zo denken van: Amai, wat een lekkere brok muziek. Mocht ik vrijgezel zijn, mannelijk en hence niet mezelf, dan zou ik wel weten wie ik moest bespringen.

Mezelf namelijk. Maar dan niet mezelf, want ik ben mezelf niet meer. Maar de persoon die ik nu ben, met de überhete muzieksmaak. Als ik een vent was, ik.

*kijkt een beetje onzeker* *kijkt nog wat naar haar Last.FM*

HA! Ik heb àltijd gelijk.

Al maak ik me meer zorgen over mensen die “wijfman”, “oogpijn door vreemd voorwerp” en “nachtmerries oorbellen” intypten. Eén raad: niet in wrijven en een uur voor je gaat slapen je raam openzetten.

[Als dat geen twee raden zijn, weet ik het ook niet]

Toen Katie Melua een week geleden weer eens begon aan haar “Nine Million Bicycles”, schoot mijn brein in werking. Eerst en vooral omdat dat nummer steeds weer op mijn zenuwen begint te werken. Of toch de stukken waarin mevrouw zingt.

There are nine million bicycles in Beijing.
That’s a fact.
It’s a thing we can’t deny,
Like the fact that I will love you ‘till I die
.

Dàt zingt ze in haar eerste strofe. Ergernis alom. Want die laatste regel is helemààl geen feit. Ja, inderdaad, romantiek kan niemand mij verwijten. Toen ze me er echter op begon te wijzen dat er zes miljard mensen op de wereld zijn – of toch ongeveer – moest ik echter wel nadenken. Ze wist er me immers nog bij te vertellen dat ze zich daarom zeer klein voelde en ik kon niet anders dan haar daarbij gelijk geven. Vergiffenis om haar eerste strofe zal ik haar echter nooit geven.

Maar bon, ik was dus aan het denken geslagen.

Er zijn zes miljard mensen.
Er zijn tien miljoen Belgen.
Waarvan er ongeveer zes miljoen dezelfde moedertaal hebben als ik.
Dat is relatief gezien weinig.
En toch.

Ja, mijn denktank stond gloeiheet. Dat ik voor die zes miljard mensen niets zou betekenen, daar kan ik me nog bij neerleggen. Maar toen kwam dé gedachte.

Als ik sterf dan zal ik niets betekend hebben voor Vlaanderen. Er zullen helemaal geen - voor mij - onbekende mensen aanschuiven bij mijn doodskist. Er zal niemand opstaan en een heel emotionele speech afsteken over hoe ik zijn/haar leven volledig veranderd heb.

En ergens, ergens vind ik dat wel spijtig. Dat er zo geen onbekende mensen naar me toe stappen en zeggen: “Hey, Eikebah*, gij hebt mijn leven veranderd, zenne, mokkel.’ [Maar het is not done om dat toe te geven zeker?]

  • Waarom maken mensen dingen altijd moeilijker dan ze zijn? En ja, mannen, jullie zijn ook nog steeds mensen, don’t look at my sex.
  • Ik ga nu verzekerst gigantisch veel hits krijgen omdat ik het woord “sex” gebruikt heb. Twee keer zelfs, nu. Ha!
  • En dat terwijl ik nooit “sex” zou schrijven in een Nederlandstalige zin, want ik ben daar zéér puriteins in. Met KS, enzo. Seks.
  • Nog meer hits!
  • Is het verboden om een poster mee te nemen die ergens hangt te hangen. Laten we zeggen: in de lockerroom van de AB. Is daar een bepaalde wet voor? If so, dewelke?
  • Ben ik de enige strijdster van “speculaas”? Mensen die “speculoos” zeggen, zouden geliquideerd moeten worden. Bye bye, half Vlaanderen. Tenzij ze om vergiffenis vragen en het belang inzien van speculaas speculaas te noemen. Ik noem Sinterklaas toch ook niet Sinterkloos.
  • Ik wil een SMS-partner. Zo iemand waar ik nutteloze sms’jes naar stuur. Zo van: OMFGWTF!!111!!!FTW.
  • Ik wil eveneens iemand die net zoals ik compleet gek wordt van de inconsistentie in de bovenstaande zin. Eerst SMS met hoofdletters en daarna zonder. FLIP!
  • Waarom zou ik vandaag leren als ik morgen ook kan leren?
  • Ik wil mayonaise met broodje.
  • Volgend academiejaar ga ik wérkelijk meer moeite doen om mijn vriendenkring uit te breiden. Yes, it will be I crashing your kot.

Ik zou moeten samenvatten en leren. Ik zou moeten liggen in de zon en BBQ’en. Ik zou nog voor een laatste keer plezier moeten hebben met vrienden en terrasjes doen. Ik zou moeten beseffen dat ik volgende week al twee examens heb, zo tussen enkele lessen door. Ik zou moeten beseffen dat tijd kostbaar is. Ik zou moeten beseffen dat ik alle buffers reeds opgebruikt heb en dat ik inderdaad wel eens in gang zou moeten schieten. Ik zou moeten schrijven, maar eigenlijk ook weer niet.

Maar voorlopig kan ik alleen maar denken aan:

  1. Mijn kot voor volgend jaar (<3) dat ik geweldig mooi wil inkleden en waarvan ik een Ikea showroom wil maken.
  2. Mijn reis naar Spanje in september waar ik verzekerst wél terrasjes zal doen en verzekerst niét zal samenvatten.

Het leven van een student, nog steeds zeer cliché en zwaar. De stapel boeken nog steeds zeer hoog en logischerwijs ook zwaar. *probeert er niet naar te kijken*

U weet het of u weet het niet, maar ik ben een enorme dEUS-fan. Gisteren stond ik dan ook schuin boven Tom Barman en co, want jawel, ik was aanwezig op hun concert in AB. Prachtig was dat, want het was de eerste keer dat ik daadwerkelijk het geld had gehad om een ticket te kopen voor een concert van dEUS. Thank you God for het zakgeld dat ik plots kreeg toen ik op kot ging. (Merk overigens de subtiele woordspeling op!)

And what can I say? Ik heb van elke seconde staan genieten. Genieten en mezelf tegelijkertijd ook dood staan ergeren, omdat ze véél te weinig uit The Ideal Crash speelden. Namelijk niets, op Instant Street na. Zeer frustrerend als je zelf tegen iedereen loopt te verkondigen dat dat zowat je favoriete album ooit is. Met daarop je favoriete liedje allertijden: Magdalena.

Maar bon, ik ben geen muziekrecensent en dit is geen muziekblog. Ik ga hier dus geen heelder alinea’s zagen over het concert, hun albums of wat dan ook. Ik ga hier geen vijf meter lange speech houden over hoe ze hun set beter gespeeld hadden op een festival en in de AB misschien beter een “rustigere” set hadden gespeeld met vééééél meer nummers uit The Ideal Crash. Magdalena. Dream Sequence #1. The Magic Hour. The Ideal Crash zelve. Nee, ik ga heus niet alle nummers noemen waarvan ik wou dat ze hen gespeeld hadden.

Het enige wat ik kwijt wil is het volgende: Ik ga nog eerder doodvallen dan dat ik dEUS ooit Magdalena live hoor spelen. Als dat geen ontzettend triest feit is, dan weet ik het ook niet. So kids, choose wisely: Als je een favoriete groep hebt, zorg dan dat hét favoriet nummer van die groep een bekend nummer is. Of een nummer uit hun nieuwe CD.

[Tenzij je natuurlijk fan bent van Radiohead en je favoriete nummer Creep is. Dan dikke pech.]

Ik begin het zowat beu te worden. Die laatste loodjes, die spreekwoordelijk – en ook een beetje letterlijk – het zwaarst wegen. Dit semester kregen we zoveel groepspapers op ons afgesmeten dat ik mezelf zowat begraven voel onder een stapel paper. Leeg papier, that is, gezien er toch nog wel heel wat bladzijden geschreven moeten worden.

Nu heb ik niets tegen papers. Helemaal niets, eigenlijk. Ik ben ook al gewend aan de totaal ongestructureerde werking van de KULeuven en het feit dat er tussen de docenten en departementen totaal geen communicatie is, whatsoever. Wat dan logischerwijs leidt tot slecht gestructureerd onderwijs en dat ervoor zorgt dat àlle papers van een heel jaar op 2 maanden worden gepropt. Gewenning is a good thing, soms.

Waar ik me wel nodeloos aan begin te ergeren, is mezelf. Ja, ik erger me aan mezelf. Oeverloos. Eindeloos. Ik ben zowat gekroond tot de groepswerkbitch. Zonder het zelf te willen, feitelijk. Ja, ik ben een beetje dominant. Ja, ik ben een beetje perfectionistisch. Ja, ik ben een beetje zeer neurotisch. En ja, deze drie eigenschappen hebben wellicht toegedragen tot mijn kroning als Queen Of The Bitchyness. Ik probeer mijn neurotische trekjes aan de kant te leggen, ik probeer mijn planning naast me neer te leggen, ik probeer… Maar het lukt niet. Dus mail ik maar naar mijn groepsgenootjes. Proberend om lief over te komen, maar sommige dingen kunnen nu eenmaal niet superliefkonijnschattigachtig verwoord worden.

And I wonder, is het abnormaal dat ik mijn papers op tijd af wil? Is het abnormaal dat ik mooi uitgetypte interviews als bijlage wil? Is het abnormaal dat ik hier zo moedeloos van word? Is het abnormaal dat ik als enige mails zit te sturen om iedereen bijeen te krijgen? Is het abnormaal dat ik schrik heb dat bepaalde vriendschappen en mogelijke vriendschappen eronder lijden?

Zoveel vragen. Zo weinig antwoorden. Zo weinig relativering.

Gisteren sprak een vriend me aan op MSN. Dat gebeurt wel vaker, gezien ik geboren ben in de gezegende jaren ’80 en ik mezelf dus toch wel tot de MSN-generatie mag rekenen. Hij sprak me dus aan. En we hadden een conversatie. Dat gebeurt ook wel vaker, conversaties op MSN. Niets ongewoon dus.

Tot hij PLOTS *tromgeroffel* een stukje gesprek liet zien tussen hem en een ander meisje. Iets van vluchten naar Dublin. Voor 10 euro. Heen-en-weer.

Vliegtuig. Tien euro. Dublin. Hoofdstad. U weet wel, mijn missie om alle Europese hoofdsteden te bezoeken. En u weet het, of u weet het niet, maar ik heb geen zittend gat. Dus terwijl ik al half aan het boeken was, bleek plots dat ik de enige was die al bijna aan het boeken was. Het Lief wees me erop dat hij er absoluut geen geld voor had. En dat ik er ook geen geld voor had. De vriend zelf was nog aan het twijfelen. Anderen waren op dat moment niet online.

Dus zat ik daar. Tot het besef komende dat dit een reis was waar ik niet aan zou deelnemen. En ergens weet ik niet of ik nu blij moet zijn, omdat dit mij een ware financiële ramp heeft bespaard of dat ik eerder triest moet zijn, omdat ik niemand heb die net als ik even enthousiast zou hebben geboekt. Met die iemand zou ik dan vandaag wel uren gebleit hebben na het uitrekenen van de kosten en het bekijken van het budget.

But hey, there is always de spaarrekening waar ik weiger aan te komen, maar die er wél is. Nu alleen de even onbezonnen soulmate nog. *kijkt rond* *kijkt vooral niet naar budget* *zal nooit realistisch worden*

Ik heb enkele ernstige dilemma’s. Enkele zeer ernstige dilemma’s. Zo van die dilemma’s die je beter voor jezelf houdt, omdat mensen je anders misschien scheef bekijken en een oordeel over je vellen zonder dat ze eigenlijk weten wie je bent. Zo van die dilemma’s waarvan de mensen verzekerst gaan zeggen: ‘Dat is een kei toffe, want die denkt juist hetzelfde als ik, hence zij is mij’ ofte ‘Oh my, na haar huidige uitspraken daalt ze toch zowat 483 plaatsen in mijn achting, waardoor ze belandt tussen Dedecker en de kat van de buren’.

Omdat het internet dé plaats is waar mensen elkaar beoordelen op basis van niks, noppes en nada besluit ik één van mijn dilemma’s dan maar te delen op mijn weblog. Let op, het is een zéér zwaar dilemma en ik worstel er al zeker vijf jaar mee. Vijf jaar hetzelfde dilemma, u vraagt zich vast af hoe ik nog met mezelf kan leven. Dat vragen we ons namelijk allemaal wel af.

Here goes the dilemma: Ik heb issues met Radiohead. Serieuze issues. Ik wéét niet wàt ik vind van Radiohead. Echt. Ik weet het simpelweg niet. Vind ik ze goed? Vind ik ze okee? Vind ik ze saai? Vind ik dat ze toch maar eens dringend moeten ophouden met hun wereldverbeteraars-gedoe omdat het mij toch wel barstende hoofdpijn bezorgt? Vind ik dat ik er al vijf jaar tijd in steek om mij te laten overtuigen en dat het nog altijd niet volledig gelukt is en dat ik het dus maar moet laten gaan?


Antwoord: ik wéét het niet. Echt niet. Misschien stoor ik me nog het meest aan de mensen die mij zeggen dat ik Radiohead moét goed vinden. Omdat ze groots zijn. Zoals Allah ofzo. Zeg mij, wat vind ik van Radiohead?

[Helft van het lezerspubliek is het met mij eens en vindt mij nu een zeer toffe. Andere helft van het lezerspubliek zal mij een pak minder graag zien, omdat zij denken dat mijn muzieksmaak niet overeenstemt met die van hen en ik daarom moet branden op in de hel. De laatste groep zal dit nochtans ontkennen. Ze zullen zeggen dat ik het recht heb op een eigen mening en dingen bazelen van des goûts et des couleurs, maar in hun gedachten zal ik toch dalen in hun achting. En wacht maar tot ik dan nog vermeld bij welke andere groepen ik hetzelfde gevoel heb. Wacht maar tot die dag! Ik zal op de brandstapel gesmeten worden en mijn kansen om het ooit te maken in de media – en dan vooral mijn kansen om muziekrecensent te worden - volledig verspelen]