6 augustus 2008...11:26 am

Het Lief, ik en Het Besef.

Spring naar reacties

You may or you may not know it, maar Het Lief zit momenteel met zijn kont ergens in het verre Alaska. Iets in mij hoopt dat diezelfde kont er op zijn minst een klein béétje afvriest, maar zoiets mag – naar het schijnt – niet gezegd worden. Want ik gun het hem wel hoor, zijn weekjes Alaska, maar toch… Maar toch.

Omdat Het Lief in een andere tijdszone zit en PMS weldra aan mijn deur zal staan kloppen, is het ook het perfecte moment voor een melige post. Mensen die gevoelig zijn voor zulke posts, kijken nu best ook even weg en kunnen misschien iets leren over Alaska.

Bon, Mission Meligheid. Het Lief en ik zijn een beetje tegenpolen, op momenten. Meestal op momenten waarop hij zegt dat tegenpolen elkaar aantrekken en ik daarop antwoord met “een relatie is geen pure fysica”. Ik heb nooit gezegd dat ik een gemakkelijke ben, he. Het Lief en ik, wij zijn niet van hetzelfde hout gemaakt. Bij ons is 1 + 1 nog altijd 2. Als we ruzie hebben, wordt er bij mij één of andere emotionele vloedgolf veroorzaakt die ervoor zorgt dat ik dingen uitkraam zoals “misschien zijn we niet voor elkaar gemaakt”. Als we ruzie hebben, wordt er bij Het Lief één of andere rationele vloedgolf veroorzaakt die ervoor zorgt dat hij dingen uitkraamt zoals “slaap er nog eens een nachtje over”. U kunt zien dat dat voor de emo in mezelf géén correct antwoord is op éénder welk probleem waarmee ik op dat moment kamp. Zelfs niet als het probleem iets te maken heeft met moe zijn. Hij verwijt mij mood swings, ik verwijt hem gevoelloosheid. Wij verwijten elkaar koppigheid. En als we niet aan het verwijten zijn, vullen we elkaars zinnen aan.

We schrijven maandagnacht 4 augustus. We zijn moe, het afscheid is al te lang uitgesteld. We beseffen dat we elkaar een tijdje niet zullen zien. Hij blijft het afscheid rekken, het wordt een beetje pijnlijk.

“Het zijn maar twee weken, 15 dagen”, zeg ik hem. Ik behoud mijn koelte, afscheid nemen is niet aan mij besteed. Ik kijk naar hem en zie hoe hij tranen in zijn ogen heeft.

“Zijt gij mij geworden, ofzo, zo rationeel?”, vraagt hij mij. En of hij een zakdoekje mag hebben. Hij kan mij niet achterlaten, hij heeft het moeilijk. Heel moeilijk. Hij is emotioneel en ik ben rationeel. Ik besef dat dit wellicht één van de mooiste momenten is. Pijn om het nakende afscheid en tegelijk het besef dat die pijn wederzijds is. Het besef dat hij voor het eerst een traantje wegpinkt bij de werkelijkheid van het mij moeten missen en niet bij mijn 94738e mood swing. Het bésef.

11 Reacties


Reageer