12 augustus 2008...5:03 pm

Eikebah en de Melige Post.

Spring naar reacties

Sommige woorden laten je niet los. Sommige woorden achtervolgen je, of je dat nu wilt of niet. Toegegeven zijn het vaker negatieve woorden die me achtervolgen, omdat die nu eenmaal diepere wonden snijden. En dus terwijl ik druk bezig was met weg te lopen van al dat negatieve, bevond ik me plots in Diest. Dat ligt ergens in de buurt van Aarschot, want die treinhalte gaat eraan vooraf.

Daar stond ik dan, in Diest. Het was er verlaten, exact zoals ik me het voorstelde. Ik liep verdwaasd naar de verschillende bushalten en vond diegene waar ik moest zijn. U moet weten dat mijn geografische kennis ophoudt bij de exacte situering van mijn boerengat op de Belgische kaart. Ja, u kan mij een blinde kaart geven en ik kan exact zeggen waar mijn dorpje ligt. Of om eerlijker te zijn: waar dat naburige boerengat ligt waar ik middelbare school gelopen heb. Want in plaats van ons nuttigere dingen te leren, leerden ze ons het spuuglelijke dorp aan te duiden op een blinde kaart. Dus stond ik daar in Diest, met in gedachten een kaart zo blanco als diezelfde blinde kaart. Ik herhaalde voor mezelf welke bus ik moest nemen. Ik was 100% zeker van het nummer, maar zoals dat wel vaker gaat met bussen waren er twee exemplaren van. Er zijn namelijk ook twee rijvakken en twee rijrichtingen. Daar ging mijn oh zo geweldige plan.

Op het moment dat ik het officieel wou opgeven en mezelf de domste kalle van België wou noemen, kwam er meer volk. Eindelijk. En nog meer volk. En daar stond ik dan, in het midden van een mensenzee. Mijn kampeergerief netjes in mijn buurt. De mensenzee had ook op wonderbaarlijke wijze mensen meegenomen die ik kende. En die kennissen hadden dan weer mensen meegenomen die ik niet kende. Ik was al helemaal in mijn nopjes, want ofwel zouden we en masse de juiste bus nemen ofwel zouden we met véél te veel volk de foute bus nemen. En hoewel dat tweede niet leuk is, is het toch leuker dan helemaal alleen een verkeerde bus nemen, niet? Ja, zo dacht ik er ook over.

De tijd tikte weg en bij het onbekende gezelschap van mijn gekend gezelschap was een klein, fijn meisje. Ongeveer een jaar jonger, als ik me niet vergis. Ze was duidelijk een lichtgewichtje en dat werd om één of andere duistere reden het gespreksonderwerp. Nee, ze woog niet veel, nee. Maar ik woog toch ook niet veel, ik woog vast even veel! Of dat wist ze me toch te vertellen. Er zijn verschillende gezichtsuitdrukkingen die ik op dat moment op mijn gezicht kon toveren, maar ik koos ervoor een denkbeeldige wenkbrauw op trekken. Hoeveel ik dan woog, vroeg een jongeman, die onmiddellijk daarna besefte dat zowat alle vrouwen waaraan hij dat eerder gevraagd had hem hadden verwenst naar een bad vol zwavelzuur. En dus praatte ik over dat gewicht van mij en over hoe het er was afgegaan.

En toen, uit het niets, zei dat meisje iets tegen mij. Nog nooit eerder had een volledig onbekende die vijf woorden tegen mij gezegd. En al zeker geen vrouw. En al zeker geen hetero vrouw die duidelijk geen love affair met mij wou beginnen. Ik ging op zoek naar sarcasme in haar stem, maar ik vond het niet.

‘Gij zijt een mooi meiske’, hoorde ik haar zeggen.

‘Dankuwel’, antwoordde ik, waarbij ik wellicht tomatenrood werd en alle eerder opgemerkte schoonheid volledig van mijn gelaat verdween.

Sommige woorden laten je niet los. Sommige woorden achtervolgen je, of je dat nu wilt of niet. En nu heb ik toch al vijf positieve woorden die het kunnen opnemen tegen het ongewenste.

10 Reacties


Reageer