Eikebah en het reisverslag: dag 8 en 9.
Tijd om Boedapest te verlaten. Veel afscheid namen we niet. Omwille van een razend raar reisschema zouden we namelijk enkele dagen later al opnieuw in de Hongaarse hoofdstad zijn. Reizen plannen, ik kan het. Tijdens het verlaten van Boedapest namen we nog snel een wazige, overbelichte foto van het Gellért-monument.
Van Boedapest reden we recht richting Devin Castle in Slowakije. In onze Trottergids kreeg dat kasteel zowaar drie trotterkes. Drie, beste mensen! Vol hoop betraden we een parking met verdacht weinig auto’s op, keken we naar elkaar en spraken we de woorden ‘is dit het?’. Op een bergtop zagen we de ruïnes van wat ooit een kasteel was. In een wel erg ver verleden. Ik besloot de hoop erin te houden en sprak de wijze woorden ‘misschien is het op de berg zelf wel zo interessant dat we er nooit nog weg willen’. Dus stapten we de auto uit en begonnen aan onze steile klim. Toen zagen we dit:
Drie trotterkes en het ding was gesloten. Gesloten! Sinds die dag zeg ik constant ‘Why? Why? Why is Devin Castle closed?’ op de meest idiote momenten. Op zo een gigantisch bord was er wel meer dan plaats genoeg om een klein briefje met een reden op te kleven. Ik ben er nog steeds niet goed van, zoveel is duidelijk. Omdat we er dan toch waren, liepen we maar wat rond de rotsformatie. Daar vonden we enig bewijs dat het kasteel ooit een echt kasteel was met torentjes en Rapunzel.
Omdat je nu eenmaal niet eeuwig rond een rots kunt lopen, trokken we naar Bratislava. Eerlijkheidshalve moet ik misschien hier al vermelden dat Slowakije niet meteen mijn favoriete land zal worden en Bratislava al helemaal niet mijn favoriete hoofdstad. Maar het was er best gezellig. En ze hadden er mijn nieuwe favoriete drank: Virgin mojito’s.
Het Lief daarentegen hield het op een zo goed als lege maag niet zo erg virgin waardoor hij drie keer na elkaar bijna op zijn bakkes ging. Na één cocktail, nota bene. Godzijdank stond ik nog naast zijn zijde om hem professioneel uit te lachen met zulke flaters. Tezamen strompelden we naar Bratislava Castle, een wit gerenoveerd kasteel. Ik heb mezelf uren staan afvragen hoe slecht een mens een kasteel kan renoveren:
Merk vooral op hoe men professioneel nieuwe ramen heeft gestoken nààst waar ooit oude ramen staken. Die oude ramen hebben ze dan maar opgevuld. Prachtig werk! Aan de andere kant ken ik helemaal niets van renoveren dus let u vooral niet op mijn kritische commentaar. Omwille van al mijn slechte commentaar was God die avond trouwens erg boos op mij waardoor het zo hard regende, bliksemde en donderde dat we dachten dat de Apocalyps nabij was. We hadden wel een prachtig zicht op het niet-zo-prachtige kasteel:
De volgende dag besloten we Slowakije even achter ons te laten en door te rijden naar Tsjechië. For all you travellers at home: don’t do this. Dit was zowat de slechtste planfout die ik ooit gemaakt heb. Een mens moet zijn reis namelijk nogal veranderen als er plots besloten wordt om naar Sziget te trekken (waarover later meer). Eerst trokken we naar Telc. In onze Trotter stond hier namelijk dat dit stadje niet te missen was. Zoveel mooiheid en rust in één klein renaissancestadje. Ik droomde al helemaal weg, alleen om aan te komen op iets wat nog het meest weg had van een Vlaamse kermis. Voor de prachtige gevels waren allerlei kraampjes opgesteld met eten dat al bij al niet zo erg lekker rook.
Omdat het eten aan de kraampjes niet zo smakelijk rook, besloten we in een restaurantje te eten. ‘Maar er staat dat ze hun pizza’s met ketchup maken, kijk hier staat het’, sprak ik tot Het Lief. Het Lief begon echter enorm geërgerd te geraken en zei dat ketchup wellicht gewoon Tsjechisch was voor tomaten en dat ketchup eigenlijk toch gewoon hétzelfde is als tomaten. Ik wierp nog op dat er bij één pizza wel ‘tomaten’ stond in plaats van ‘ketchup”. Het Lief wierp op dat ik altijd te ambetant deed over mijn voedselinname. Zo ontstond de missie om mijn gelijk te halen en stapten we de pizzeria binnen. Daar moesten we een half uur wachten op de – thank god – kleinste pizza ooit. Gemaakt met ketchup natuurlijk. Led Zeppelin zong ooit ‘sometimes words have two meanings’, well ketchup doesn’t. Na deze slecht smakende overwinning besloten we aan een mystieke, barokke wandeling te beginnen die zowaar twee trotterkes kreeg. Twee! Ik beeldde mezelf scènes in uit romantische toneelstukken. In werkelijkheid kreeg ik een wandeling die om eerlijk te zijn nog lelijker was dan de doorsnee wandeling door het Vlaamschen land. Via deze wandeling kwamen we uit op een kerkhofje. Ik heb wel een ding met kerkhoven dus gingen we binnen. Alleen om het meest bedrijvige kerkhof ter wereld vast te stellen. Nabestaanden waren graven van hun geliefden aan het kuisen terwijl wij daar met ons fototoestel rond de nek naar de dichtstbijzijnde nooduitgang aan het zoeken waren. Needless to say dat de enige uitgang de ingang was en dat we dus letterlijk het hele kerkhof zijn afgewandeld en mentaal gestorven zijn door verwijtende Tsjechische blikken. Na deze openbare vernedering besloten we Telc om te ruilen voor wat Trotter omschreef als haar onbekende zusterstad Slavonice. Hoewel het geloof in de Trotter zwaar onder nul gezakt was, bleek dit een mooie beslissing. We beklommen een toren alleen om boven te ontdekken dat je moest betalen. Leep, die Tsjechen. Aangezien we er nu toch waren, genoten we van het uitzicht.
Daarna gingen we op een bankje zitten om te genieten van de rust. En de mooie lucht. Ik hou van lucht. Zonder gaan we dood, zie je.
Na deze welverdiende rust trokken we terug naar Slowakije. Een rit van Tsjechië naar Slowakije duurt namelijk een pak langer dan wat de naam Tsjechië-Slowakije zou doen vermoeden. Tenzij je je op de grens bevindt natuurlijk, dan duurt de rit wellicht niet erg lang. Onderweg kwamen we nog wat landschappen tegen die ik vanuit de wagen kon fotograferen.
En wat nu komt, beste mensen, is mijn favoriete moment van de hele reis: Slavin. Slavin is een communistisch kerkhof dat amper één trottertje krijgt. Amper de moeite om achter te zoeken. Ware het niet dat er een fout in de Trotter stond en dat we daardoor onze eerste dag in Bratislava uren hebben gezocht achter Slavin. Zonder iets te vinden. Het Lief sprak: ‘dit is toch een kerkhof, dit is Slavin, ge gaat dat zien, maar gij wilt mij niet geloven’. Ik sprak: ‘de communisten moesten niets hebben van godsdienst. Waarom zou er dan een gigantische kerk in het midden van een communistisch kerkhof staan’. Ik had gelijk en omdat we nu eenmaal koppig zijn moésten we na deze ontbering Slavin zeker gezien hebben, dus installeerden we de GPS van Slavonice naar Slavin. We kwamen pijlen tegen, niet zo ver van ons hotel. Ze wezen de weg. Ons Italiaans stalen ros had geen probleem met de beklimming van de Slowaakse bergen en zo kwamen we steeds dichter bij onze bestemming. Tot de GPS meldde dat we er waren. Geen kerkhof te zien, though. Het Lief vond er niet beter op dan een gigantisch verbodsbord te negeren. Plots reden we op een zeer smalle strook met kleine, rode kasseitjes die wel wat weg had van een voetpad. Of een fietspad. Of iets waar je niet met je wagen op hoort te rijden. Het Lief wees echter naar zwarte bandensporen die eerder getrokken waren. Alles was goed. Tot we plots beseften dat we wel heel dichtbij het communistisch kerkhof waren. We stonden er namelijk op. Het Lief was op het kerkhof gereden. U leest het goed. Dus als u ooit in Slowakije bent, heb ik één goede raad voor u: verbodsborden hebben een doel. Vernedering, ultieme schaamte en gechoqueerde blikken vermijden, bijvoorbeeld.
De volgende dag besloten we afscheid te nemen van Slowakije in meer stijl. Jammer genoeg waren er toen plots een horde christenen die roet in het eten strooiden. Hierover de volgende keer meer.
Comments
4 Responses to “Eikebah en het reisverslag: dag 8 en 9.”Trackbacks
Kijk wat anderen zeggen...-
[...] We sloten onze dag af in Boedapest door naar de Gellért-baden te gaan. Daar stonden we gewoon te staren, want ze waren al gesloten. Wist u al dat alles in Boedapest gesloten is om 18.00? Net zoals hier, eigenlijk. Verder staarde ik om zes uur ‘s avonds nog steeds naar een thermometer waar “33°C” op stond te pronken. Om zes uur ‘s avonds. Volgend jaar ga ik naar de noordpool. En volgende keer leest u hier over onze dagen in Slowakije. [...]
-
[...] en zo plots de gigantische Dom kwijt waren gespeeld. Verder is het logisch dat Het Lief daarna alwéér een verbodsbord negeerde waardoor we plots met auto en al op een fietspad/voetpad reden. Waar heeft die gast zijn rijbewijs [...]











Lonely planet for the win, laat die trotter de volgende keer maar links liggen :-)
tof verslag! Mooie beelden trouwens!