Eikebah en een lokaal cultuurbeleidsplan

Noot: Ik kort de namen van mijn thuisgemeente en mijn buurtgemeente af niet omdat jullie niet mogen weten waar ik vandaan kom (dat is namelijk enorm makkelijk te traceren), maar omdat mensen die op de desbetreffende gemeentes googlen niet hier terecht hoeven te komen.

Vandaag heb ik het cultuurbeleidsplan van mijn eigen gemeente gelezen. Voor zij die geïnteresseerd zijn: de meeste gemeenten plaatsen dit plan op hun website en je kan het dus gratis raadplegen. Je kan het ook terug vinden op je gemeentehuis. Het cultuurbeleidsplan begint met een demografische situering: het is maar logisch dat je cultuur maakt voor de doelgroepen die prominent aanwezig zijn binnen je stadsbevolking. Dit was dan ook het eerste deel van het verslag dat ik las:

Binnen de P. bevolking nemen de Belgen 98,70 % in, m.a.w. het aantal niet-Belgen is klein (ongeveer 200 inwoners).

Van die zin, beste mensen, werd ik triest. Niet omdat ik graag een regenboog wil maken met alle verschillende huidskleuren die er zijn, want onder die bijna 99% Belgen zullen er wel een pak schakeringen zijn. Nee, ik werd triest omdat ik hierdoor moest denken aan een gebeurtenis waar ik erg vaak aan moet terugdenken. En telkens word ik er triest van.

Enkele jaren geleden stond ik nonchalant een broodje te bestellen in de enige broodjesbar van P. centrum. De prijzen waren weer eens verdubbeld en de lengte van het broodje was weer eens gekrompen. Monopolies bestaan nog in P. Op dit totaal willekeurig moment uit mijn leven passeert er een zwarte medemens de broodjesbar. Hij wandelt voorbij het raam waarop de naam van de zaak en een wat afgebleekte tekening staan. Waarop de bazin van de broodjesbar plots aan al haar klanten vertelde wat ze daar eigenlijk wel niet van vond, van dat soort medemensen. De woorden die ze sprak waren helemaal niet mooi. Totaal gegeneerd verliet ik de zaak. Sindsdien ben ik er trouwens nog maar één keer binnengeweest, al moet ik toegeven dat ik af en toe mijn vader het vuile werk van het broodjes bestellen laat doen. Monopolies zijn écht niet leuk, zeker niet als je graag broodjes eet. Het spreekt dan ook voor zich dat mijn hoofd 90 graden kantelde bij het lezen van volgende zin:

“P. mensen verzuren niet; dankzij cultuur komen ze dichter bij elkaar”.

Aan de andere kant ben ik totaal niet de juiste persoon om commentaar te geven op het cultuur- of eender welk ander beleid van P. Ik kom er zelf amper, aangezien ik mijn jeugd doorbracht in HodB en mijn adolescentie in Leuven. Toch breekt mijn hart soms als ik nadenk over P. Vooral als ik zielige zinnen lees, zoals deze:

Er werd ook een poging gedaan om introductiebezoeken te organiseren voor de senioren; de respons van de verschillende seniorenverenigingen was alles behalve enthousiast.”

Ben ik nu de enige die een gigantisch grote zaal ziet met sanseveria’s en daarin twee senioren die zich vertwijfeld afvragen waar hun vriendjes blijven?

About these ads