Eikebah en de high five.

Ik heb een vreemde eigenschap. Nu ja, vreemd kan je het niet echt noemen – de wereld loopt vol met mensen zoals ik. En met wereld bedoel ik het fitnesscentrum waar ik wekelijks heen ga, omdat ik mezelf graag toon wanneer mijn haar alle kanten uitsteekt, ik zweetplekken heb op plaatsen waar je het niet voor mogelijk houdt en mijn gezicht een bepaalde variant rood kleurt die er overigens niet erg gezond uit ziet.

Als het denkballonnetje boven je hoofd ‘ping’ zegt en er komt een boodschap in à la: ‘ah, dat meisje is nog niet lang bezig’ dan kan ik nu mijn buzzer al boven halen. Ik ben al lang bezig. Nadat ik een jaar gefitnessed (of gefitnesst?) had, ben ik eventjes out geweest. Maar nu ben ik al een half jaar terug in ‘the game’. Na dat half jaar zie ik er nog steeds uit als een vrouw die net bevallen is – net alleen qua gewicht, maar vooral qua gezichtsuitdrukking en –kleur. De meeste andere vrouwen in de fitness zijn strakke vrouwen met prachtige rondingen, gespierde kuiten en huidporiën vol botox waardoor ze niet langer kunnen zweten; of zo zie ik dat toch intussen.

Dus besloot ik laatst te klagen. Klagen, ik doe dat niet graag tegen vreemden. Dan voel ik mij te Vlaams. Maar  ik hield mezelf voor dat mijn fitness instructor en ik toch een band hadden. “Ik ben nog steeds niets afgevallen, zelfs geen 100 gram”. Dat ik te weinig sportte – want 3x 1.5 uur per week is onvoldoende om 100 gram af te vallen – en dat ik wellicht ook niets anders deed dan naar de nachtwinkel te rijden om daar vervallen chips en chocolaatjes te kopen. En dat ik eens echt moest proberen te lopen. Met ‘echt’ bedoelde ze dan op een loopband, want echter kan in een fitnesscentrum niet.

Op dat moment wist ik dat ik weldra oog in oog zou staan met mijn aartsvijand: de loopband. Hiervoor zwom, crosstrainde en fietste ik het zweet – maar niet de calorieën – uit mijn lijf. Vanaf heden moest ik lopen. Eventjes wou ik mezelf aan het woord laten:

“Maar mevrouw, ik ben bang van de loopband. Héél bang. Hij ziet er gemeen uit en maakt veel lawaai en ik ga er héél zeker afvallen, mijn been breken en uitgelachen worden door alle aanwezigen.”

In plaats daarvan zei ik wat ik zowat altijd zeg als ik iets niet oké vind:

“Oké.”

En zo kwam het dat ik vorige week voor het eerst op mijn leven op een loopband stond. Ik had Het Lief gedwongen mee te gaan en de loopband naast mij te gebruiken, aangezien ik de poepers had en dus niet alleen wou lopen. Zodra de loopband aan zowat 2 km per uur onder mij door rolde, keek ik hem met paniek in mijn ogen aan.

“De mijne staat op 5”, zei hij.

“Neeeeeee”, zei ik, niet zonder voeling voor enige dramatiek. Ik voerde de snelheid op en sprak de woorden: “ik durf niet”. En met ‘ik sprak’ bedoel ik ‘ik herhaalde ze tien keer in recordtempo’.

De man op de loopband naast ons keek mij aan met een blik waar niets anders sprak dan “ergerlijk mens met uw rood gezicht en uw zweetplekken overal, stop met zagen en begin te lopen”. Hierdoor schoten er maar twee opties over: 1) de onbekende man aanvallen of 2) lopen.

Ik koos voor het laatste.

Maar ik kwam hier vertellen over mijn vreemde eigenschap. Toen mijn fitness instructor mij zei dat ik moest beginnen lopen, tekende ze een schema uit. Start to run. Afwisselend lopen en wandelen. Je zou denken dat ik daar tevreden mee zou zijn. Als je anderhalf uur loopt op een crosstrainer kan je toch wel vijf minuutjes in totaal lopen op een band? Maar daar moest ik niets van hebben. Ik ga meteen voor de big guns. Ik leg de lat hoog, te hoog.

En zo komt het dat ik gisteren voor de tweede keer in vijf jaar tijd gelopen heb. Zo komt het dat ik besloot om maar eens direct 25 minuten te lopen, zonder toegevingen. Zo komt het dat ik in totaal vier kilometer heb afgelegd – en hoewel jullie gezonde loopfreaks mij nu in hun vuistje uitlachen, ben ik best tevreden. Zo komt het vooral, dat ik na de loopsessie al mankend – want mijn hielen lagen beide volledig open – naar Het Lief waggelde – want het doet zeer vreemd om eerst op een loopband te staan en daarna niet meer – om mijn hand in de lucht te steken en een high five af te dwingen.

Dus als u in uw fitnesscentrum een rood aangelopen meisje al waggelend een high five ziet geven, high five dan mee in gedachten. Want de volgende keer zal het vijf kilometer zijn.

Comments
3 Responses to “Eikebah en de high five.”
  1. FunChick zegt:

    Na 1 kind en een 15jaar lange strijd om een beetje bij te komen, wordt ik op heden nog steeds “de vrouw die je kan faxen” genoemd…
    Ok, ik ben wel eindelijk bijgekomen en er zit nu eindelijk eens een beetje ronding aan het lijf, maar toch blijf ik voor mijn omgeving de faxvrouw…

    Niettegenstaande heb ik 2 benen van verschillende lengte, tenen waarbij de 2e zoveel langer is dan mjin dikke teen, een continue gevecht tegen permanente zweethanden (alsof je je handen net hebt gewassen en niet hebt afgedroogd.Hetzelfde geldt trouwens voor die voeten (die volgens een homo-collega nooit in open schoenen zouden gestoken mogen worden)….
    Dus je ziet – ook voor die strak-in-het-pak-vrouwen zijn er vele dingen die niet zijn zoals ze moeten zijn…mij zal je trouwens zeker geen 5km zien lopen (unless i have a deathwish)….

    So you go girl – HIGH FIVE!

  2. Lies zegt:

    High five!
    En gaan met die banaan!

  3. HansDeZwans zegt:

    ‘zie ik er nog steeds uit als een vrouw die net bevallen is’ oei, toch niet met uw benen in die spalken?

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.