Eikebah en de contemplatie
Als kind wist ik wel wat ik wou. Eerst was dit de flippo met de blauwe achtergrond en het stinkdier op de voorgrond. Het stinkdier was verliefd, dacht ik. Ik heb nooit geweten waarom ik per se deze flippo wou; ik heb nooit een bijzondere affectie gehad met stinkdieren noch blauwe achtergronden. Wat ik wel weet, is dat ik de flippo op een dag cadeau kreeg van een vriendin. Hoewel ik daar momenteel nog af en toe enorm ontroerd om ben, was ik dat op het eigenste moment niet. Haar flippo was bekrast en dat maakte me triest.
*
Enkele jaren later waren het knikkers. Ik wou die kleine knikkers, want die waren volgens het puntensysteem op onze school het meest waard. Tijdens een knikkerwedstrijd won ik een heuse shitload aan kleine knikkertjes. Ik had me nog nooit zo schuldig en egoïstisch gevoeld.
*
In mijn laatste jaar lagere school kwam Pokémon op. Ik was zot van Pokémon. Ik was zelfs zo zot van Pokémon dat ik naar Digimon keek. Gewoon, omdat het gelijkaardig was en ook omdat ik als kind een bizar soort televisieverslaving had. Voor enkele frank kregen we bij onze kauwgom Pokémonkaarten. De echte. Niet die flauwe met eigenschappen en een mooie lay-out die daarna voor hard geld verkocht werden. Nee, de kaarten die uit elkaar vielen als je ze te vaak bekeek. Ik moest ze allemaal hebben, want dat was uiteindelijk ook het motto van Pokémon. Ik heb ze nooit allemaal gehad en voor de nieuwe versie was ik te arm en te oud.
*
In de middelbare school wou ik dan weer gewoon veranderen van persoon. Ik bestudeerde de meisjes uit mijn school en vroeg me af hoeveel leuker het zou zijn om hen te zijn. De conclusie was meestal: zeer. Hoe leuk zou het zijn als ik steil haar had, net als de anderen? Hoe leuk zou het zijn als ik mager was, net als de anderen? Hoe leuk zou het zijn als ik mooie kleren had, net als de anderen? Hoe leuk zou het zijn als ik spontaan gesprekken kan aangaan met mensen, net als de anderen? Ja, als tiener wist ik ook wel wat ik wou: hen zijn. Alleen was ik te druk bezig dit te ontkennen.
*
Toen ik naar de unief kwam, wist ik wat ik wou. Alles achter me laten. Een streep trekken onder al het voorgaande, het hoofdstuk afsluiten en iemand worden die ik eigenlijk niet was. Na welgeteld één dag gaf ik dit op. Ik was niet dat meisje dat veel te dure Tequila Sunrise drinkt en oppervlakkige gesprekken houdt. Nee, ik was dat meisje dat geen alcohol drinkt en moeite heeft met sociaal contact. In tegenstelling tot alle jaren daarvoor had ik er vrede mee.
*
Nu weet ik wie ik ben. Ik ben zelfs blij met wie ik ben. “De seut is ook gearriveerd”, zeg ik als ik binnenkom. “Zeg”, luidt het antwoord. Ik lach. Ik ben graag de seut, want dat is wie ik echt ben en ik verloochen haar niet langer. Maar nu ik weet wie ik ben, weet ik niet langer wat ik wil. Ja, ik wil vier katten en een tuin. Ja, ik wil graag eindelijk plaats op mijn posters van Studio Ghibli op te hangen. Ja, ik wil graag een boeiende job. Maar wat wil ik écht? Tot ik het weet, droom ik maar van mijn vier katten.
Ik ken dat gevoel. Loop ik inmiddels al 25 jaar mee rond :p
Ik vind het trouwens wel grappig om te lezen dat jij jezelf ook altijd vergeleek met anderen. Ik dacht altijd dat ik de enige was!
Just be yourself!
moet je per se echt iets willen? misschien kan je gewoon volmaakt gelukkig zijn met wat je al hebt…en 4 katten dan he